Tijdens de campagne van D66 in Groningen kwamen Boris van der Ham, Ton Schroor (lijsttrekker van D66 Groningen) en Paul de Rook (nr. 3 van D66 Groningen) op bezoek bij Stichting Het Nieuwe Stemmen om te kijken hoe het gaat met de jonge ondernemers op het gebied van e-participatie. Het was een kritisch maar leerzaam gesprek waar de achterstand van Nederland wat betreft het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten werd besproken maar ook de grote kansen die er nog liggen in Nederland.
Boris van der Ham kwam niet simpelweg om een mooi verhaal te horen over hoe internet de democratie zou gaan redden. Ondanks zijn enthousiasme voor e-participatie, was hij kritisch naar de bestaande projecten en gaf aan dat hij, als meest succesvolle Hyver en Twitteraar (als niet-fractievoorzitter) nog steeds maar een beperkt aantal fans/volgers had. Aantallen die op zichzelf wel groot lijken, maar niet vergeleken met de aantallen die advertenties in de Metro halen.
Dat is ook niet vreemd. Niet omdat de mensen op dit gebied onvoldoende competent zijn, maar omdat de subsidiemogelijkheden voor e-participatie partijen altijd sterk geconcentreerd zijn op opstart-subsidies. Er zijn nauwelijks subsidies waar reeds bestaande projecten aanspraak op kunnen maken om hun projecten door te ontwikkelen en te verduurzamen. Dit betekent dat het voor bestaande projecten bijzonder lastig is om hun volledige potentieel te benutten en dat Nederland blijft zitten met veel verschillende pilots en weinig volledig ontwikkelde e-participatieprojecten. Willen wij als Nederland het internet meer gaan gebruiken voor het betrekken van de mensen bij de politiek, zoals andere landen dat zo succesvol doen, dan moet juist in deze doorontwikkeling worden geïnvesteerd.
geplaatst op 12-02-'10